Van een smeder
Een smeder die zwaaide met krachtige zwong de hamer op ’t gloeiende ijzer.
Hij zwoegde gestaag en een liedje hij zong… Het klonk er al langer hoe wijzer…
Al ben ik smid ik heb er een hart, een hart dat van liefde kan blaken.
Al zie ik wel zwart, ik kan mij zo wit, zo wit lijk eenieder wel maken.
Een meideke hoorde het liedeke aan en heeft naar het smidje gekeken.
Zij voelde heur harteke kloppende slaan. Het scheen haar alsof het ging breken:
Al is hij een smid, hij heeft er een hart, een hart dat van liefde kan blaken.
Al ziet hij wel zwart, hij kan zich zo wit lijk eenieder wel maken.
Nu zijn ze vereend en gelukkiger paar kan men in het ronde niet vinden.
Hij zingt er gedurig, gedurig voor haar, lijk toen ze voor ’t eerst hem beminde:
al ben ik een smid, ik heb er een hart, een hart dat van liefde kan blaken.
Al zie ik wat zwart, ik kan mij zo wit, zo wit lijk eenieder wel maken.
Copyright © 2018 - Alle rechten voorbehouden - Algemeen Nederlands Zangverbond
Lay-out door Lien Alaerts en OS Templates