Het duiveken der zonne

Wie weet er van het duivekijn
Dat in den Hemel wilde zijn
In 't land van licht en wonne?
In 't land van licht en wonne?
Het was zoo minzaam en zoo mooi
Met zijnen witten vedertooi
Het duiveken der Zonne
Het duiveken der Zonne
Eer 't hene reisde zat het krank
en gansch alleen op eene rank
Die bloemen droeg noch blaren.
Die bloemen droeg noch blaren
Het at niet meer,
Het dronk niet meer,
Maar klaagde luid en treurde zeer
En bleef ten Hemel staren
Dan vloog het weg,
gezwind en vlug
Met gouden glanzen op zijn rug
Langs wijde azuren paden,
Langs wijde azuren paden
Het vloog zoo ver,
Het vloog zoo hoog
Dat alle volgens menschen oog
't verliezen moest en raden,
't verliezen moest en raden.
't Verdween in 't blauwe en sedertdien
heeft niemand ooit het weergezien
Het wou naar 't land der wonne,
het wou naar 't land der wonne
Wie weet er mer van 't duivekijn
dat in den hemel wilde zijn
Het duiveken der zonne
Het duiveken der zonne.


Contact
Algemeen Nederlands Zangverbond
Collegelaan 106
2100 Antwerpen
  • 03 237 93 92
  • info@anz.be
Een samenwerking tussen

Algemeen Nederlands Zangverbond, Studiecentrum voor Vlaamse Muziek en Bibliotheek Koninklijk Conservatorium Antwerpen. Met de steun van de Vlaamse Gemeenschap.