De Vlaming heeft geen taal
Zij spraken in hun overmoed:
Dat volk is slechts tot arbeid goed,
Zijn grove geesten houdt het wakker,
Al zwoegend op zijn groene akker,
Of bakrend in den zonnestraal.
Waartoe zou zielsgevoel 't verrukken?
Het mist de macht om 't uit te drukken
De Vlaming, de Vlaming heeft geen taal!
En zulk ene ongehoord verwijt
Doordrong des Vlamings hart met spijt.
Hij telden de eeuwen, die vervlogen
Sinds reeds zijn spraak en zangvermogen
Om rein en klaarheid werd gevierd,
Terwijl als nog de kronkelboorden
Der Seine woeste klanken hoorden,
Waar eene taal uit wierd.
En, de armen vouwend, sprak hij luid
Een aantal grootsche namen uit
Van Vlaandrens dichten taalgeleerden,
Wie eeuwen her de volken eerden
Als vorsten in het kunstgebied;
En met de fierheid op de koonen,
zoo dacht hij:
Zijn wij dan de zonen Van onze vadren niet?
Dit zeggend, greep hij naar de stift.
En teekende in gezang en schrift
Die reine en overvalschte klanken,
Die hij zijn moeder had te danken.
Hij toonde zijn gewrocht den Waal,
En vroeg hem, nadat Zuid en Noorden
Die tonen met verrukking hoorden.
Spreek, spreek, hebben wij een taal?
Copyright © 2018 - Alle rechten voorbehouden - Algemeen Nederlands Zangverbond
Lay-out door Lien Alaerts en OS Templates