Nieuws
Hieronder vindt u het laatste nieuws uit de bibliotheek. Volg ons op sociale media voor het volledige overzicht van laatste nieuwtjes, aanwinsten en interessante weetjes. Facebook YouTube Instagram Het archief van onze nieuwsbrieven kan je hier consulteren.
Collectie in de kijker
17/07/2026
Zopas gevonden in een schenking: de partituur van 'Poème de l'amour et de la mer' met een handgeschreven opdracht van Ernest Chausson aan Maurice Kufferath, muziekjournalist en latere directeur van de Munt. Dit exemplaar was ooit eigendom van zijn dochter Jane Kufferath, een violiste. De wereldcreatie van deze prachtige liedcyclus vond plaats in Brussel op 21 februari 1893, met Chausson aan de piano.
_____________________________________________________________________________________________________________
Collectie in de kijker
09/07/2026
Collega Dries vond een interessante partituur van een minder bekende (vrouwelijke) componiste en doet hieronder verslag: 'Vandaag diende een opvallende partituur zich aan in onze cellomuziekcollectie, gecomponeerd en gesigneerd door een zekere Rosine de Cocq (Den Haag, 10 mei 1891 – aldaar, 21 april 1977). Het gaat om het werk ‘Légende’, voor cello en piano. Voor zover bekend is er nog maar weinig gericht onderzoek gedaan naar het leven en werk van deze Rosine de Cocq, hoewel haar volledige archief openbaar raadpleegbaar is bij het Nederlands Muziek Instituut in Den Haag – dat helaas nog niet digitaal ontsloten is. Wat ik via wat grasduinen wel te weten ben gekomen, is dat ze het grootste gedeelte van haar leven altijd in Den Haag is blijven wonen en werken als componiste en pianiste, na het behalen van haar diploma’s aan het Haags conservatorium in 1913. Ook blijkt de Cocqs muzikale output nog eens zeer divers: vele composities voor orkest, piano, cello, viool, twee opera’s, operettes voor kinderen en talloze liederen in diverse talen. Een opvallend puntje is dat een aanzienlijk deel van deze liederen op poëzie van Paul Verlaine is getoonzet. Haar schrijfstijl kan zo u wilt worden geïnterpreteerd onder grote overkoepelende termen als ‘laatromantisch’, ‘symbolistisch’ en/of ‘impressionistisch’, al zie ik ze zelf liever als een meer eclectische eigen stijl, eerder aanleunend bij de negentiende-eeuwse toonspraak, die stand probeert te houden in de modernistische wervelwind die over het artistieke Europa raast in het onstabiele tijdperk van voor de Tweede Wereldoorlog. Naar verluidt werd haar muziek wijd verspreid over West-Europa en Scandinavië (deels uitgegeven onder eigen beheer in Den Haag, maar ook bij de Parijse Maurice Senart) en werd de Cocq bejubeld in de muziekkritieken van die tijd, al lezen we hier en daar helaas ook kritiek van (mannelijke) recensenten die haar kunst de grond in boren… Desalniettemin mocht ze zich als dame in de muziekwereld wel degelijk laten gelden, zoals we kunnen herleiden uit het kunstenaarsnetwerk dat ze onderhield. Zo bezat ze een aanbeveling van en een correspondentie met Giacomo Puccini, stond ze onder anderen in nauw contact met componist Paul Vidal, alsook met een drietal niet onbelangrijke vrouwelijke cellisten uit die tijd: de Italiaanse Marguerite Caponsacchi, de Nederlandse Corrie van Batenburg en de Antwerpse Denise Biestraeten, wiens namen we (al dan niet in de Cocqs handschrift) terugvinden op diverse cellopartituren in onze collectie. Vermoedelijk is de Cocq via Biestraeten in contact gekomen met onze oud-conservatoriumdirecteur, violist en componist Lodewijk De Vocht, aan wie ze deze partituur van ‘Légende’ voor cello en piano heeft opgedragen en gehandtekend (zie foto’s). De bijgevoegde foto’s en schets van Rosine de Cocq komen uit de digitaal ontsloten fotocollectie van het Nationaal Archief in Den Haag.'
_____________________________________________________________________________________________________________
Collectie in de kijker
03/07/2026
Collega Laura digitaliseerde deze oude druk die heel wat eertijds populaire 'airs' bevat. Het hele werk kan u hier consulteren: https://go.wander.be/record/lvdopac/c:lvd:15872239
_____________________________________________________________________________________________________________
Collectie in de kijker
15/06/2026
In de bibliotheek bewaren we sinds jaar en dag een groot pak autografen van klarinettist, componist en dirigent Jos Moerenhout (Sint-Jans-Molenbeek, 27 april 1909 – Antwerpen, 18 januari 1985). Collega Giovanni is alles aan het inventariseren en laat weten: Op de website van het Studiecentrum Vlaamse Muziek staat over componist Jos Moerenhout te lezen dat hij bij zijn terugkeer naar België na de tweede wereldoorlog de smaak van het componeren hervond en zo onder meer zijn 'Tweede orkestsuite' ontstond. En hoewel het werk inderdaad traditioneel in 1952 wordt gedateerd omdat het toen werd uitgegeven en gedeponeerd bij de auteursrechtenvereniging Navea tonen drie autografen uit de nalatenschap van Moerenhout dat het werk een pak vroeger is ontstaan, in juli 1940 met name. De uitgave van Molenaar zelf gewaagt in een nawoordje van 1941, die datum komt al aardig in de buurt. Jos Moerenhout was in 1939 kapelmeester van het regiment Eerste jagers te voet in Bergen. Hij componeerde toen al maar bij het begin van de tweede wereldoorlog gingen zijn partituren, die hij dacht veilig in zijn militaire bagage te bewaren, verloren. Als beroepsmilitair werd hij na de overgave van België in mei 1940 krijgsgevangen gemaakt en naar een Duits kamp overgebracht. Daar in Weilburg aan de Lahn componeerde hij zijn tweede orkestsuite. Hij schreef ze neer in drie gewoon gelinieerde schoolschriftjes. Tussen twee schrijflijntjes trok hij minutieus notenbalken waarop hij de drie delen neerpende: allegro con fuoco, canto nostalgico en marcia finale. Het is altijd gevaarlijk om in het hoofd van een componist te proberen kijken, maar de titels van de drie delen lijken nauw verband te houden met zijn ballingschap. Op de kaft kleefde hij een blanco vel papier waarop hij de titel van de compositie, het desbetreffende deel, zijn naam en de datum kalligrafeerde en hij tekende er een lantaarntoren op die verdacht goed lijkt op die van de barokke Schlosskirche in Weilburg, de kerk die hoog boven het dorp en het kamp uittorende. Met kleurpotloden gaf hij elk voorplat op een aandoenlijke manier een geheel eigen sfeer mee. Moerenhout schaafde na de oorlog nog aan het werk. De titels van de delen veranderde hij in Tumult, Heimwee en Volksfeest, ze behielden in de uitgave van 1952 hun karakter en grotendeels ook hun opbouw en thematisch materiaal maar verschillen toch in enige mate van de 1940-versie, het derde deel werd het meest vertimmerd. Molenaar gaf het werk uit voor harmonieorkest, zo is het ook het bekendst geworden. De orkestratieaanwijzingen in de Weilburg-documenten wijzen nog in de richting van een symfonische zetting. Meer en meer zal Moerenhout de man van de blaasmuziek worden. Het werk kreeg in de jaren '70 een enorme boost omdat het als verplicht werk werd opgelegd tijdens internationale wedstrijden. En dat het nu nog wordt gespeeld bewijzen enkele filmpjes op YouTube: Suite d'Orchestre No.2 - Jos Moerenhout
_____________________________________________________________________________________________________________
Collectie in de kijker
09/06/2026
Naast de grote canon en de grote kanonnen bewaren we in onze collectie ook veel 'amusementsmuziek'. Die bladmuziek weerspiegelt heel direct het dagelijkse leven en de mentaliteit van toen en hoort bij het culturele DNA van de toenmalige generaties. Te bewaren dus voor het nageslacht! Collega Giovanni buigt zich niet alleen over HaFaBra-partituren, maar ook over accordeonmuziek en schlagers: 'In onze collectie steekt ook een aantal accordeonpartijen van liedjes op tekst van Willy Lustenhouwer (1920-1994). Lustenhouwer, een bekende Brugs conférencier, vooral bekend van ‘Zieje van Brugge, zet je vanachter’ liet zich omringen door goede componisten-accordeonisten om zijn humoristische teksten - die hij soms ook onder het pseudoniem Mie Rakel schreef - op muziek te zetten. Om een ideetje te geven: “Wa’ billen, wa’ billen, zowwe billen zoennek olle dagen willen”. Aan het einde van de eerste strofe kom je te weten dat het over kikkerbilletjes gaat. De muziek van dit liedje werd geschreven door Roger Danneels en dat is meteen de opvallendste uit Willy’s entourage. Hij schreef meer dan 600 liedjes, nam talloze (gouden) accordeon- en Hammond-platen op, had zijn eigen accordeonschool, muziekwinkel en uitgeverij. Wie eventjes verder kijkt komt al snel te weten dat Lustenhouwer ook beroep deed op de Oostendse accordeonist en orkestleider Julien Winne. Winne en Danneels en hun orkesten begeleidden hem tijdens zijn one-man-shows. Met componist-arrangeur-orkestleider Pol Broeckx dook hij de studio in, net zoals met Freddy Feys & The secrets. Leuk om weten: Feys ontdekte ooit Will Tura en is de vader van Serge Feys. En Serge kennen we vooral als toetsenist bij Arno. De composities van al deze heren werden uitgegeven bij de Brugse uitgeverij ‘Belfort’ van, jawel, diezelfde Roger Danneels.'
_____________________________________________________________________________________________________________
Collectie in de kijker
04/06/2026
Collega Lotte vond in ons boekenmagazijn dit bijzondere document, een huldeblijk aan Edward Coppee Thurston. Hier Lottes relaas: Edward Coppee Thurston (1874-1926) was een Amerikaanse mijnbouwingenieur die voor zijn werk de hele wereld heeft afgereisd. Zo heeft hij onder andere mijnen in Zuid-Afrika, Peru en China bezocht en was hij doorheen zijn carrière adviserend ingenieur voor verschillende mijnbouwbedrijven. Wanneer Herbert Hoover, toen nog werkzaam als mijnbouwingenieur en van 1929 tot 1933 president van de USA, in 1914 de Commission for Relief of Belgium (CRB) oprichtte, zocht hij naar onmiddellijk inzetbare Amerikaanse mannen die in bezet België de verdeling van voedselhulp zouden overzien. Thurston, toen veertig jaar oud, behoorde tot de eerste groep van afgevaardigden die naar België en oorlogszones in Frankrijk werd gestuurd. Dankzij zijn praktijkervaring in de mijnbouwsector, had hij een ruime kennis van zaken wat betreft logistiek, wat goed van pas kwam in zijn vrijwilligerswerk. Aanvankelijk was Thurston van plan om slechts zes weken te werken voor de CRB, maar hij zou uiteindelijk bijna twee jaar afgevaardigde blijven. Ter bedanking voor zijn bewezen diensten, bracht het Antwerpse stadsbestuur hem op 26 augustus 1916 een huldebetoon. Hij ontving een drukwerk, namens burgemeester Jan De Vos en stadssecretaris Hubert Melis, waarin hij bedankt werd voor ‘de schitterende gaven van hart en geest door hem betoond bij het vervullen van zijne edele en menschlievende taak’. De druk werd uitgevoerd door Antwerpse drukkerij J.-E. Buschmann, toen onder leiding van Gustave Jos. Buschmann. De drukkerij werd in 1842 gesticht door zijn grootvader Joseph-Ernest Buschmann en was voornamelijk bekend voor hun uitgaven van Vlaamse auteurs (o.a. Hendrik Conscience), bibliofiele uitgaven en kunstdrukken. Daarnaast gaf de drukkerij ook af en toe muziekpartituren, libretto’s en programmaboeken uit. De familie had bovendien een nauwe band met het in 1877 geopende Museum Plantin-Moretus. De drukkerij kreeg daarom het privilege om het typografisch materiaal uit de Plantijnse collectie te gebruiken voor gelegenheidsdrukken, alsook voor de huldeblijk aan Thurston. De huldeblijk aan Thurston is een groot dubbelgevouwen blad (39,5 x 56,2 cm) met de dankbetuiging gedrukt in rode gotische drukletter en vooraan het wapen van Antwerpen. Vooral opvallend zijn de 36 prenten en versierde initialen, afkomstig van de drukkerij van Plantijn, die de tekst omringen. Op de achterzijde van het blad staat een korte opdracht waaruit blijkt dat dit drukwerk bedoeld was als aandenken voor de leden van het college en de gemeenteraad van Antwerpen. Het exemplaar uit onze collectie werd in twee gesneden en vastgeplakt aan een kartonnen kaft, bekleed met bordeaux textiel. Aangezien hierdoor de tekst op de achterzijde van het blad niet meer leesbaar is, werd dezelfde tekst, in goud en met dezelfde typografie, gedrukt op de kaft. Interesse gekregen? Je kan ons exemplaar digitaal raadplegen via onze catalogus: https://anet.be/record/opacdkvc/c:lvd:761708. Stadsbestuur Antwerpen. [Huldeblijk E. Coppee Thurston, afgevaardigde van de Commission for relief in Belgium]. Antwerpen: J.-E. Buschmann, 1916. (MM-VARIA-THURS-huldebl-1)
_____________________________________________________________________________________________________________
Collectie in de kijker
04/06/2026
Een prachtige werk uit onze collectie! 'Chansons des oiseaux' is een bundeling van tien liederen voor zangstem en piano gecomponeerd door Georges Fragerolle (1855-1920), componist, zanger en pianist bij Le Chat Noir te Parijs. Zoals de titel al duidelijk maakt, gaan de liederen over vogels. Onder andere de haan, papegaai en nachtegaal komen aan bod. (Vreemde 'eend' in de bijt is de vleermuis, die het onderwerp is van het vierde lied.) Wat 'Chansons des oiseaux' zo bijzonder maakt, zijn de illustraties van Frans-Belgisch schilder en illustrator Gustave Fraipont (1849-1923), die de liederen vergezellen. In de prenten wordt niet enkel gefocust op de vogels in kwestie, maar gaat er ook veel aandacht naar de omgeving. In de prent bij sonnet 'Le rossignol', bijvoorbeeld, vallen vooral de kersenbloesems, de heldere sterrenhemel en het ochtendgloren op. De nachtegaal zelf zit verstopt tussen de takken van de bomen, rechts bovenaan de prent.
_____________________________________________________________________________________________________________
Collectie in de kijker
27/05/2026
Collega Giovanni kreeg een partituur in handen die hem aan twee legendarische televisieprogramma's deed denken: "Lang voor ‘De collega’s’ of ‘Het eiland’ componeerde Rudolf Raimann (1861-1913) in 1908 de intussen volledig vergeten kantoorkomedie ‘Die Tipmamsell’ (later ook in het Frans vertaald als 'Mamzell Dactyle'). Het verhaal van de operette speelt zich af in een kantoor in St.-Louis, Verenigde Staten, symbool voor de moderne Amerikaanse droom. Want twee dingen veroorzaakten toen toch wat ophef op de kantoorvloer: de komst van jonge onafhankelijk vrouwen die voor zichzelf instonden en de typemachine. Laat ons zeggen: machines in het algemeen. Mimi, de typiste, verenigt beide in zich. Het staat als een paal boven water dat in een operette als deze de misverstanden schering en inslag zijn, want op de typemachine worden niet enkel zakelijke documenten getikt, maar ook liefdesbrieven. In onze collectie voor blaasorkesten vonden we de ‘Bar Lock Marsch’ uit dit lichtvoetige werk. Bar Lock was een gekend merk van tikmachines en ze kregen een grote rol voorgeschreven als percussieinstrument in deze mars. Maar ook in een heus typistenkoor, met elke typiste haar eigen machine: 'Rasch und gewandt immer zur Hand'. En dat was op zich dan weer lang voor Leroy Anderson in 1950 met zijn overbekende ‘The Typewriter’ op de proppen kwam."
_____________________________________________________________________________________________________________
Collectie in de kijker
25/05/2026
In de aanloop naar de Koningin Elisabethwedstrijd voor cello vond collega Dries in onze collectie een bijzondere cellopartituur van een nu vergeten, maar eertijds gevierd cellist en componist die ook een bijzonder succesvol theatermaker was: 'Auguste van Biene was een Nederlandse cellist, componist en acteur, geboren te Rotterdam in 1849. Al op jonge leeftijd bleek hij een groot muzikaal talent te hebben. Hij studeerde cello aan het conservatorium van Brussel bij de beroemde cellist Adrien François Servais. Op zijn achttiende verhuisde hij naar Londen om daar als muzikant werk te zoeken. In het begin leefde hij in armoede en speelde hij muziek op straat om te overleven. Zijn leven veranderde toen dirigent Sir Michael Costa hem hoorde spelen en hem een plaats gaf in het orkest van Covent Garden. Van Biene groeide daarna uit tot een bekende cellist, dirigent en theatermaker. Zijn grootste succes kwam in 1892 met het toneelstuk The Broken Melody, waarvoor hij de muziek componeerde en zelf de hoofdrol speelde. Vooral het gelijknamige muziekstuk werd enorm populair. Hij speelde het duizenden keren tijdens tournees door Groot-Brittannië, Amerika, Zuid-Afrika en Australië. Zijn emotionele en virtuoze spel leverde hem de bijnaam “The Magician of the Cello” op. Het succes van The Broken Melody werd nog extra benadrukt in 1900, toen Van Biene zijn 2000ste uitvoering van het toneelstuk vierde. Ter gelegenheid daarvan trad hij op tijdens een privébijeenkomst voor de wereldberoemde sopraan Adelina Patti in haar kasteel Craig-y-Nos in Wales. In datzelfde jaar schonk acteur Henry Irving hem een kostbare Stradivarius-cello als eerbetoon aan dit uitzonderlijke succes. Van Biene bleef optreden tot het einde van zijn leven. In 1913 overleed hij zelfs terwijl hij op het podium cello speelde tijdens een voorstelling in Brighton. Op zijn grafsteen staat de ontroerende tekst: “The melody is broken, I shall never write again.”' Hier kan je een opname beluisteren.
_____________________________________________________________________________________________________________
Collectie in de kijker
13/05/2026
Collega Giovanni merkte dat componisten van HaFaBra-muziek soms wel meervoudige persoonlijkheden hebben: In vergelijking met ‘klassieke’ componisten hanteren hafabra-componisten vaker een pseudoniem. Onder hun eigen naam schrijven ze eerder complexere werken voor de hoogste afdelingen en originele concertwerken. Onder pseudoniem vaker educatieve werken of muziekstukken voor jeugdensembles, meer populaire arrangementen, jazzy of lichtvoetigere werken. André Waignein hanteerde maar liefst vier pseudoniemen, elk met hun eigen stijl en niveau. Componisten kozen niet zelden voor exotisch klinkende, vaak Engels aandoend pseudoniemen: Steve Drecky is gewoon Gustave De Roeck, Dizzy Stratford is Jacob De Haan. Achter Helmut Prago gaat Karel De Schrijver schuil. Het levert soms grappige toestanden op. Synthetist Maurice Schoemaker (1890-1964) schreef ook onder de schuilnaam Wil Saer. De partituur op de foto toont de ‘ernstige’ Schoemaker die variaties op een thema van zijn eigen alter ego, de ‘luchtigere’ Wil Saer, componeerde.
_____________________________________________________________________________________________________________
Collectie in de kijker
29/04/2026
Collega Giovanni inventariseert onze collectie partituren voor blaasorkest en signaleerde het interessante fenomeen van de 'stijlpastiche': 'Wie in onze collectie partituren voor harmonieorkest snuistert stoot af en toe op een werk met stijlpastiches. Componisten, voornamelijk in de jaren ’50 en ’60 van de vorige eeuw, maakten variaties, veelal van een volksliedje, in de stijl van hun grote voorgangers. Zo duwde Pieter Leemans, die we vooral kennen van zijn "Mars van de Belgische parachutisten", een volkswijsje in het keurslijf van Bach, Haydn, Mozart, Beethoven, Schubert, Mendelssohn, Schumann, Liszt, Wagner, Prokofiev en zijn eigen leermeester Gilson. Ook Siegfried Ochs deed dat in zijn "’s Kommt ein Vogel geflogen". Hij spreekt zelf van ‘humoristische’ variaties. Het was een populair fenomeen om in de stijl van de grote componisten te schrijven. Er zat uiteraard ook een educatief kantje aan en het was tegelijk een logische stap in de ontwikkeling van een eigen harmonie-repertoire.'
_____________________________________________________________________________________________________________
Collectie in de kijker
25/03/2026
Onze nieuwe collega Giovanni - welkom aan boord Giovanni! - is onze uitgebreide rubriek werken voor harmonie en fanfare aan het inventariseren. En bij de letter B botste hij op ene Breugelmans, en noteerde daarbij het volgende: 'In 1958 componeerde Jules Breugelmans (1915-1984) ter gelegenheid van het honderdjarige bestaan van de fanfare van Veerle Laakdal een ‘Eeuwfeestmars’, maar ook een ‘Vissers-suite’. Hij droeg het werk op aan zijn broer Werner die secretaris was van de Lijnvissersclub van Geel. Een A4-pagina lang beschrijft hij het programma achter de suite: van het te vroeg gewekt worden, via het samen op stap gaan, het uitwerpen van de lijnen in de vroege ochtend, het heftige verzet van de vissen aan de haak, de tevredenheid over de prachtige vangst tot de après-pêche in het café. En dat laatste loopt behoorlijk uit de hand.'
_____________________________________________________________________________________________________________
Annemie op pensioen
24/02/2026
Gisteren zwaaiden we na vele jaren trouwe dienst onze immer glimlachende Annemie uit. We zullen haar missen!
_____________________________________________________________________________________________________________
Lucie Frateur
23/01/2026
We inventariseren momenteel de omvangrijke muziekbibliotheek van sopraan en zangpedagoge Lucie Frateur (Leuven, 4 mei 1915 – Beaulieu-sur-Mer, 10 juli 2006). Lucie Frateur studeerde aan ons Conservatorium en was hier vanaf 1969 lerares zang. Ze gaf les aan o.a. Ria Bollen, Elly Ameling en René Jacobs. Anderen, zoals Paul van Vliet, consulteerden haar bij zangproblemen. Veel partituren uit haar bibliotheek zijn aan haar opgedragen, zoals deze liedbundel van Godfried Devreese
_____________________________________________________________________________________________________________
Nieuwe collega
15/01/2026
Sinds deze week kent ons bibliotheekteam een nieuw gezicht! Lotte studeerde geschiedenis en is sinds haar opleiding gepassioneerd door erfgoed en bibliotheken. Op zoek naar een nieuwe uitdaging kwam ze bij ons terecht. Als catalograaf zal ze kennis maken met onze brede collectie partituren, muziekboeken, muziekopnamen en andere objecten. Daarnaast kom je haar binnenkort ook tegen aan de balies van de leeszaal en de uitleendienst.
_____________________________________________________________________________________________________________
Collectie in de kijker
18/12/2025
In een schenking vonden we dit opmerkelijke liedboekje. De compilator heeft er duidelijk veel werk ingestoken; de liedteksten zijn zo uitgetypt dat ze de handsgeschreven melodie volgen en de hoofdletters zijn uitbundig versierd. Sommige liederen zijn voorzien van akkoordsymbolen voor instrumentale begeleiding. Op het titelblad is het wapenschild van Antwerpen te zien, geflankeerd door de initialen van de Vlaamse Jeugdherbergen en het logo van Naturfreunde. Wie Van Stappen P. is, blijft voorlopig nog een mysterie.
_____________________________________________________________________________________________________________
Collectie in de kijker
12/12/2025
Onze collega Dries deed een ontdekking: Deze week vond ik in de vioolrubriek van ons magazijn een bijzondere partituur: het Tweede Vioolconcerto op. 36 in b van Tivadar Nachèz (1859-1930), een vooraanstaand Hongaars violist en componist. We bezitten zowel de orkest- als de pianoversie, beide uitzonderlijk goed bewaard voor hun leeftijd (1908) en voorzien van een schitterend voorblad. Het meest opmerkelijke is echter de persoonlijke opdracht van Nachèz aan de Belgische vioolvirtuoos Eugène Ysaÿe (1858-1931): “à mon très cher ami Eugène Ysaÿe, témoignage d’affection sincère et durable, Tivadar Nachèz, 1908”. Dit wijst erop dat de partituren mogelijk eigendom waren van Ysaÿe zelf, wat hun muziekhistorische waarde aanzienlijk vergroot gezien zijn wereldfaam en blijvende invloed. Nachèz’ concerto ging op 17 april 1907 in Londen in première, met de componist als solist en het orkest van de Royal Philharmonic Society. Het werk werd lovend onthaald in internationale muziektijdschriften als The Musical Courier en de Allgemeine Musik-Zeitung, maar raakte nadien in de vergetelheid; een opname bestaat niet. Hoe het stuk in onze collectie terechtkwam blijft onbekend, maar de vondst maakt ons bijzonder blij. Nachèz, opgeleid door Joseph Joachim en Hubert Léonard én voormalig concertmeester van de Opera in Boedapest, nam geregeld deel aan de Ysaÿe-concerten in Brussel (1895–1940), georganiseerd door de Société des Concerts Ysaÿe en geleid door Ysaÿe als violist, dirigent en programmator. Deze concerten speelden een sleutelrol in de introductie van nieuwe muziek in België (o.a. d’Indy, Debussy, Vreuls, Lekeu, Jongen) en boden tevens veel aandacht aan Vlaamse componisten (Benoit, Blockx, De Greef…). Maar vooral Duitse meesters als Bach, Beethoven, Schumann, Brahms en Wagner stonden er centraal, allen favorieten van Ysaÿe. Naast hoogstaande symfonische uitvoeringen bracht het Quatuor Ysaÿe diverse kamermuziek, met Ysaÿes broer Theo aan het klavier. In dit ensemble remplaceerde Nachèz regelmatig, wat de hechte vriendschap tussen beide musici verklaart.
_____________________________________________________________________________________________________________
Collectie in de kijker
03/12/2025
Het moet niet altijd Bach, Beethoven of Benoit zijn: via een schenking kwam dit boekje uit 1968 met Engelse rugby- en voetballiederen onze collectie vervoegen. Dit is een Amerikaanse heruitgave waarin de al te scabreuze woorden vervangen zijn door ****. In sommige teksten staan veel ****, waarvoor de uitgever zich excuseert: 'The publishers regret that they cab offer no assistance to those whose knowledge of the so)-called taboo words of the English language is not adequate to the guesswork.'
_____________________________________________________________________________________________________________
Collectie in de kijker
17/10/2025
Tijdens zijn expeditie doorheen onze historische vioolcollectie, ontmoette collega Dries ene Bartolomeo Campagnoli. Hier zijn relaas: 'Hoewel hij niets heeft te maken met het fietsonderdelenmerk ‘Campagnolo’, was deze violist Bartolomeo Campagnoli (1751-1827) in zijn tijd toch minstens even bekend en liet hij een behoorlijk palmares na. Geboren in het Italiaanse Cento begon de jonge Bartolomeo zijn vioolstudies bij Guastarobba, een belangrijke leerling van Giuseppe Tartini, waarna hij al snel een plek vond in een plaatselijk orkest. Toen in 1768 vioolvirtuoos Lamotta de nabijgelegen stad Bologna aandeed, volgde Campagnoli hem op de voet tot in Venetië en Padua. Zelf werd hij voor het eerst echt bekend in 1770, na het spelen van enkele succesvolle concerten in Rome, waarna hij werd opgenomen in de klas van Alberghi, tevens een roemrijke leerling van Tartini. Toen hij in datzelfde jaar settelde in Firenze, nam hij ook lessen bij Pietro Nardini, die aldaar de tweede violen aanvoerde in het operaorkest van het Teatro della Pergola, een functie die Campagnoli in 1775 zelf zou gaan vervullen in het Roomse Teatro Argentina. Na in 1776 te zijn verhuisd naar de Duitse stad Freising (Beieren), begon de violist in 1778 aan een grote solotoer door Polen, Noord-Duitsland en Scandinavië, waar hij in Stockholm werd benoemd tot lid van de Koninklijke Zweedse Muziekacademie. Het jaar daarop werd hij aangesteld als muziekdirecteur binnen het Dresdens hertogelijk hof, een functie die hij tot 1796 zou vervullen. In 1797 maakte Campagnoli wellicht de grootste sprong in zijn carrière na zijn aanduiding als concertmeester van het Gewandhausorchester te Leipzig, tot op heden een van de oudste orkesten ter wereld. Deze positie bleef hij 21 jaar lang behouden tot het indienen van zijn ontslag in 1818, waarschijnlijk om de carrières van zijn twee getalenteerde dochters, beide zangeres aan de opera in Frankfurt, te ondersteunen. Na daar verschillende jaren te hebben gespendeerd, verhuist Campagnoli in 1826 naar het noordelijk gelegen Neustrelitz, waar hij in 1827 enkele maanden na Beethoven overlijdt. Campagnoli’s stijl kon naar verluidt het best in verband worden gebracht met die van Tartini, gezien zijn leraars op hun beurt onderricht bij hem hadden genoten. Toch liet hij zich ook inspireren door diverse niet-Italiaanse violisten, zoals Rudolphe Kreutzer, waarvan hij tijdens zijn bezoek aan Parijs in 1802 zeer onder de indruk was. Louis Spohr hoorde Campagnoli in 1804 aan het werk en vond zijn speelstijl “zeer vlot en gepolijst, doch vrij ouderwets”. Anderen beschouwden zijn interpretaties van adagio’s dan weer als meesterlijk en zou zijn dubbelgreeptechniek vloeiend geweest moeten zijn. Zelf bestempelde Campagnoli zijn vioolspel als “Duitse geleerdheid met een Italiaanse ziel”. Wat betreft zijn compositorische output kunnen we spreken van diverse strijkkwartetten, concerto’s, caprices voor altviool etc. Toch is deze schitterend gegraveerde en gedrukte ‘Nouvelle Méthode’ (1814, Leipzig: Breitkopf & Härtel) - in tegenstelling tot zijn composities - van een veel groter belang geweest voor de vele violisten op het toenmalige Europese continent.'
_____________________________________________________________________________________________________________
Collectie in de kijker
06/10/2025
Collega Dries stuitte in onze historische vioolcollectie op de zoveelste onbekende naam: Hendericus (Henri) Beumer (1828-1899?) Deze bundel met 50 viooletudes van ene Henri Beumer vond ik deze week terug in een convoluut die ooit heeft toebehoord aan wijlen Florent ‘Flor’ Tillemans, docent viool aan ons Antwerpse Conservatorium van 1867 tot 1898. Op zich is een bundel etudes niet heel opmerkelijk, we komen ze meermaals daags tegen, maar deze is dat wel vanwege de componist die we absoluut nog niet kenden. Tot ik wat opzoekwerk verrichtte… De Friese violist en componist Hendericus Beumer, geboren in 1828 te Leeuwarden, verhuisde al snel met toestemming van zijn vader naar Brussel om er viool te gaan studeren aan het Conservatorium in de geroemde klas van vioolvirtuoos en componist Charles-Auguste de Bériot. Aldaar verfranste hij zijn voornaam naar Henri en studeerde hij in 1852 af met de ‘prix d’honneur’, een van de grootste onderscheidingen. Daarna trad hij al vrij snel in dienst aan hetzelfde Conservatorium als assistent-professor viool, een functie die hij zou blijven uitoefenen tot aan zijn promotie tot professor in 1863. Naast zijn onderwijsactiviteiten was Beumer actief als eerste violist in het orkest van de Koninklijke Muntschouwburg en componeerde hij ook. Naast zijn etudes schreef hij naar verluidt ook een fantasie voor hobo en orkest, symfonieën, balletmuziek en zelfs een opera genaamd ‘Le Jour de Fête’, die een succesvolle première zou hebben gekend op 13 december 1864 in het casino van wat vandaag de Brusselse Sint-Hubertusgalerijen zijn. In 1853 trouwde hij met pianiste Jeanne Lambelé, die zelf ook doceerde aan het Brusselse Conservatorium en met wie hij veel concerten speelde. Samen kregen ze een dochter, Dyna die een grote carrière maakte als sopraan en ‘le rossignol belge’ werd genoemd. In 1869 liet Beumer zijn gezin en zijn betrekkingen aan de Munt en het Conservatorium achter zich, wat tot een schandaal leidde. Hij werd daarna dirigent van het Théâtre français in Antwerpen (vandaag de Bourlaschouwburg) en maakte verschillende internationale concerttournees. In 1885 kunnen we hem terugvinden als vioolleraar aan de muziekschool Sainte-Cécile van Bordeaux, waar hij vermoedelijk tot aan zijn dood in 1899 actief was.
_____________________________________________________________________________________________________________
Collectie in de kijker
23/06/2025
In de kijker: Victor Vreuls (Verviers 1876 – 1944 Sint-Joost-ten-Node). Collega Dries vertelt meer over zijn leven en werk. Victor Vreuls’ omvangrijke muzikale oeuvre is op enkele werken na totaal in de vergetelheid geraakt. Deze tijdgenoot van de veel bekendere Belgische componist Joseph Jongen (1873-1953) studeerde na zijn opleiding aan het conservatorium van Luik (bij Sylvain Dupuis) aan de Parijse ‘Scola Cantorum’ bij Vincent d’Indy. Die behoorde naast Guillaume Lekeu (ook afkomstig uit Verviers) en Ernest Chausson tot een van César Francks (1822-1890) meest prestigieuze leerlingen en voortzetter van diens esthetische visie, dewelke een enorme invloed had op hem. Deze esthetiek verschilt duidelijk van deze van zijn tijdgenoot Joseph Jongen (1873-1953), ook een leerling van d’Indy, die in tegenstelling tot Vreuls juist enorm werd aangetrokken door de vernieuwende impressionisten, met Claude Debussy in het bijzonder. Hoewel Vreuls Debussy ook wel bewonderde, bleef hij eerder een conservatieve componist die zich vasthield aan het werk van de grote meesters zoals Beethoven, Wagner en Franck. Voor hem waren goed ontwikkelde melodielijnen, een voorliefde voor de muzikale vorm en architectonische orde van levensbelang voor het scheppen van een kwalitatieve compositie. Dit, in combinatie met zijn uitgesproken Waalse karakter, kenmerkt zijn sterke individualiteit die een krachtige expressie in zich draagt, een bezieling die vrij staat van elke toegeving aan de voorkeuren van het (toenmalig hedendaagse) publiek. Dit maakte Vreuls dan ook een echte vakman van het geweten die pleegde te zeggen: “Het belangrijkste voor een kunstenaar is om zijn vak te kennen.”
_____________________________________________________________________________________________________________
Collectie in de kijker
16/06/2025
Tijdens het bijwerken van onze collectie handschriften van Paul van Crombruggen (° Mechelen, 13/10/1905 — † Wilrijk, 31/08/1992) kwamen we onverwacht twee dodecafonische studies voor beiaard tegen. Deze werken tonen nog maar eens hoe uitgebreid van Crombruggens œuvre is. Met ruim 200 liederen, verschillende missen, toneelmuziek en kamermuziek voor uiteenlopende bezetting, toont zijn werk een hele evolutie. Zo experimenteerde hij in zijn composities met zowel Joodse als Griekse melodieën, verschillende modi en baande zich een weg naar een eigen dodecafonisch systeem. Van Crombruggen componeerde onder drie verschillende pseudoniemen: Vincent Christoff, Bennie Martin en Victor Christiaan. Onze bibliotheek bewaart rond de 850 werken van hem. Een overzicht vind je in onze catalogus via:
https://anet.be/desktop/apcon
Een opvallend detail aan deze dodecafonische studies is dat van Crombruggen het werk heeft genoteerd op bladmuziek van de Kriegsgefangenhilfe YMCA. Deze internationale vereniging zette zich tijdens de Tweede Wereldoorlog in voor de zorg van krijgsgevangenen. Zo voorzagen ze materiaal voor vrijetijdsbesteding zoals radio’s, sportmateriaal, muziekinstrumenten enz.
_____________________________________________________________________________________________________________
Bernard Tokkie herdacht
07/05/2025
Dit weekend wordt bas, operadirecteur en mecenas Bernard Tokkie (1867-1942) - een alumnus van ons Conservatorium - herdacht in het foyer van de Vlaamse Opera waar een herdenkingsplaat met zijn portretbuste hangt. Tokkie was niet alleen een excellent baszanger en een geëngageerde operadirecteur, hij heeft de Vlaamse Opera ook enkele keren van het bankroet gered.
Tussen de verhalen van Dieter Vandenbroucke en Jan Dewilde door zingt Werner Van Mechelen uit Tokkie's repertoire, begeleid door Florestan Bataillie
Klik hier voor meer informatie.
_____________________________________________________________________________________________________________
Collectie in de kijker
28/04/2025
Wist je dat... het populaire kaasmerk La vache qui rit zijn inspiratie vond bij 'La Wachkyrie'? Dat logo, ontworpen door Benjamin Rabier, sierde tijdens WO I de bevoorradingswagens van de RVF (Ravitaillement en Viande Fraîche) en spotte met de Duitsers: 'Wachkyrie' lachte met Die Walküre. Toen kaasmaker Léon Bel in 1921 een logo zocht voor La vache qui rit vroeg en kreeg hij de toelating van Rabier om het zijn lachende koe te gebruiken. De koe was zo populair dat ze bezongen werd in een foxtrot van Clapson op tekst van Pierre d'Amor.
_____________________________________________________________________________________________________________
Erfgoeddag - Game on!
23/04/2025
Van 22 april tot en met 2 mei vieren we de Erfgoedweken, dit jaar in het thema Sport en Spel! Onder het motto 'Game On!' hebben wij als Erfgoedbibliotheek twee leuke spelletjes ontwikkeld om onze collectie en werking op een speelse manier in de kijker te zetten.
Het eerste spel is een kruiswoordraadsel waarin we jullie kennis testen over onze bibliotheek en de unieke werken die we bewaren. Bij het tweede spel dagen we jullie uit om de 10 verschillen te vinden in de titelbladen van enkele werken van de Antwerpse componist Jean-Louis Gobbaerts (1835-1886).
Veel puzzelplezier!
https://www.libraryconservatoryantwerp.be/erfgoeddag/
_____________________________________________________________________________________________________________
Collectie in de kijker
25/03/2025
Aanwinst: 'La fête des vignerons' van Gustave Doret. Gustave wie?
De Zwitserse dirigent en componist Gustave Doret (20 september 1866 – 19 april 1943) veroverde een plaatste in de muziekgeschiedenisboeken omdat hij in 1894 in Parijs de wereldpremière van Debussy's 'Prélude à l'après-midi d'un faune' dirigeerde. Hij was een productief componist die na WO II de (muziek)tradities en folklore van la Suisse romande in de verf zette, zoals in dit muziekspektakel 'La fête des vignerons'.
Deze partituur heeft hij gesigneerd met een opdracht aan de Brusselse tenor Maurice Weynandt.
_____________________________________________________________________________________________________________
Collectie in de kijker
18/03/2025
Dankzij de goede zorgen van Meemoo, Vlaams instituut voor het archief kan ons digitaal audiovisueel archief nu vanuit de leeszaal worden bekeken en beluisterd.
Ter plaatse kijken en luisteren.
_____________________________________________________________________________________________________________
Collectie in de kijker
03/03/2025
Collega Dries vond een bekende partituur met een minder bekende naam op:
'De naam August Wilhelmj (1845-1908) zal bij weinig mensen een belletje doen rinkelen. Gelukkig ben ik meer over hem te weten gekomen toen ik zijn naam aantrof op verschillende edities van het werk van Niccolò Paganini (1782-1840). En wat blijkt: deze nogal dandyeske violist was een zeer goede vriend van Richard Wagner (1813-1883), voor wie hij in 1876 concertmeester was tijdens het allereerste Bayreuth Festival met de creatie van het magnum opus ‘Der Ring des Nibelungen’. Naast een gevierd violist was Wilhelmj ook een belangrijke bewerker van vioolmuziek en deinsde hij er niet voor terug om bijvoorbeeld Paganini’s vioolconcerto volledig opnieuw te orkestreren, weliswaar met behoud van de oorspronkelijke solopartij. Vandaag kunnen we ons dit niet meer voorstellen, maar toentertijd was het heel gebruikelijk om vrije bewerkingen te maken van bestaande muziek en deze op een nieuwe (meer moderne) manier te benaderen. Een bekend voorbeeld zijn de transcripties van Bachs muziek voor groot symfonisch orkest door de legendarische dirigent Leopold Stokowski (1882-1977), met als doel de ‘hedendaagse’ luisteraar makkelijker te introduceren tot de ‘oude’ muziek. In bijgevoegde foto’s vind je Edward Keurvels’ exemplaar van Wilhelmjs ‘nieuwe’ orkestratie van Paganini’s Eerste Vioolconcerto, dat ik hier in de rekken heb gevonden.'
_____________________________________________________________________________________________________________
Collectie in de kijker
12/02/2025
Collega Helena inventariseert momenteel onze omvangrijke orgelcollectie. Onze gewezen directeur Flor Peeters bracht vanop zijn internationale concertreizen tal van orgelpartituren mee, waarvan een groot deel aan hem opgedragen:
"For Dr. Flor Peeters, with warmest personal regard - William Ferris Jan 23rd, 1970"
William Ferris (1937–2000) was een vooraanstaande dirigent, componist en protagonist van hedendaagse muziek. Hij richtte samen met tenor John Vorrasi in 1971 het William Ferris Chorale op en bracht werken van beroemde componisten zoals Samuel Barber en John Corigliano bij het publiek.
Zijn eigen composities, waaronder opera's, concerto's en koorwerken, werden uitgevoerd door prestigieuze orkesten zoals de Chicago Symphony Orchestra en Boston Symphony Orchestra. Ferris was diepgelovig en toegewijd aan het creëren van muziek voor kerken en liturgieën. Hij liet een blijvende invloed achter, op zowel de klassieke als de kerkelijke muziekwereld, voordat hij onverwachts stierf in 2000 tijdens een repetitie waar hij Verdi's requiem dirigeerde.
_____________________________________________________________________________________________________________
Collectie in de kijker
19/12/2024
Collega Dries vond veel voldoening in het beschrijven van een verzamelbundel die gewezen docent Piet Stryckers ons onlangs schonk. Hier Dries' relaas:
'Met de feestdagen in aantocht geven mensen elkaar wel eens een cadeautje. En kortgeleden schonk oud-docent, gambist en musicoloog Piet Stryckers onze erfgoedbibliotheek een wel heel bijzonder cadeau! In De Slegte in Antwerpen vond hij deze twee goedgevulde convoluten voor een prikje en zag in deze bronnen meteen het muziekhistorisch belang. Afgelopen twee weken heb ik me intens mogen bezighouden met het ontrafelen van de muziek in deze muziekverzameling. Een hele eer! In wat volgt bespreek ik kort deze twee – op het eerste zicht geheimzinnige – convoluten. Bedankt voor jouw prachtige schenking, Piet!
De twee convoluten vormen samen één enkele muziekverzameling (opgesplitst in deel A en deel B) van 80 muziekstukken, gecomponeerd door zeer uiteenlopende componisten. Op de rug van ieder boekwerk vinden we de naam van Napoleon Distelmans (1884-1946) terug, voormalig docent altviool aan ons Antwerpse conservatorium, lid van het ‘Vlaamsch Kwartet’ en solo-altviolist bij het orkest van de Koninklijke Maatschappij voor Dierkunde Antwerpen, een van de verre voorlopers van het Antwerp Symphony Orchestra. De twee muziekverzamelingen stammen dus uit zijn privécollectie en bevatten voornamelijk werken voor de altviool of de viola d’amore, telkens met pianobegeleiding. Hier en daar duiken ook werken op voor viool of cello en piano, die Distelmans hoogstwaarschijnlijk ook gewoon uitvoerde op zijn instrument. Naast ‘gewone’ gedrukte uitgaves, bevat de verzameling ook enkele oude steendrukken en handschriften. De handgeschreven kopieën zijn allemaal van Distelmans’ hand van rond 1903 en bevatten grotendeels nog onuitgegeven muziek (zoals een klaaglied van Emiel Wambach). Distelmans liet de werken samenbinden en ordende ze in een handgeschreven inhoudsopgave.
De muziekstukken in de convoluten zijn voornamelijk werken van tijdgenoten, maar er zitten ook composities uit vroegere periodes tussen. Bekende namen die we terugvinden zijn die van Bach, (Anton) Rubinstein, Saint-Saëns, Marin Marais, Bruch, Tsjaikovski, Vieuxtemps, Weber… Minder bekende componistennamen: Alphonse Duvernoy, Fjodor Akimenko, Heinrich Wilhelm Ernst, Hans Sitt, Hermann Ritter etc. Verder zijn we ook veel componisten tegengekomen die nog niet in onze catalogus bestaan en waarvan we vaak het spoor bijster zijn, zoals een zekere G. Saint-Georges, Fernand le Borne, Carli Zoeller, Amadeus Maczewski, Blanche Huon, Casimir Ney, Adolf Schuppan, René Julien, August Kiesgen, Charles H. Lloyd, Edmond Lapon… en ga zo nog maar even door.
Kort samengevat vinden we in deze altvioolschatkist niet enkel Distelmans’ liefde voor bepaalde repertoirestukken terug, maar zien we ook dat hij belang hechtte aan (heden ten dage) minder bekende componisten die een belangrijke rol hebben gespeeld voor de twee instrumenten die hij meester was: de altviool en met name de viola d’amore, dewelke dankzij de Brugse viola d’amorespeler en componist Louis Van Waefelghem (1840-1908) in de negentiende eeuw terug aan populariteit won. Van deze componist vinden we in deze twee convoluten talrijke bewerkingen voor viola d’amore terug, alsook een romance van eigen hand.'
Hier kan je luisteren naar de Romance voor viola d'amore en harp van Louis Van Waefelghem.
_____________________________________________________________________________________________________________
Collectie in de kijker
04/12/2024
Collega Dries is al weken enhousiast onze omvangrijke collectie vioolmuziek aan het inventariseren en stuit daarbij vaak op een bijzonder werk, zoals deze:
Vandaag vond ik deze merkwaardige partituur: 'Symphonie Baudelairienne pour violon et piano' van de hand van een zekere Jean Lautaret. Tot op heden heb ik nog geen enkele aanwijzing over deze componist kunnen vinden, op enkele reclameadvertenties betreffende de verkoop van dit werk na. Wie Jean Lautaret voorlopig dan ook moge zijn laten we nog even in het midden – deze compositie is dan ook de enige die we van hem in ons bezit hebben. Wat ik wel graag kwijt wil is dat dit specifieke werk hoe dan ook opmerkelijk is vanwege de titel die verwijst naar de Franse ‘poète maudit’ Charles Baudelaire (1821-1867), wiens poëziebundel 'Les Fleurs du Mal' in 1857 het artistieke Parijs op zijn kop zette als het ware een manifest voor het symbolisme binnen de Franse literatuur. Voorafgaand aan iedere beweging binnen het stuk, citeert Lautaret een kort tekstincipit uit Baudelaires dichtbundel, zodat de muzikale vertelling nog extra kracht wordt bijgezet. Aangezien het werk werd betiteld met ‘symphonie’, is de kans groot dat er naast deze pianoversie ook een symfonische versie bestaat, wat uiteraard de kleur en het poëtisch-verhalende karakter van deze muziek ten goede zou komen.
Lautaret droeg het stuk op aan de Belgische violiste Yvonne Clédina. Wanneer zij precies geleefd heeft is niet helemaal duidelijk, maar wel komt haar naam voor in kranten- en tijdschriftrecensies tussen 1912 en 1922. Zo schreef 'Le Guide Musical' dat ze “de stevigheid van haar Luikse strijkstok combineert met de Franse gratie van Jacques Thibaud” en dat ze “nu al een nieuwe dimensie toevoegt aan ons eigen rijtje violisten”. Na haar te hebben geprezen vanwege een voortreffelijke uitvoering van Édouard Lalo’s 'Symphonie Espagnole' in oktober 1913, schrijft ditzelfde blad ook dat haar spel getuigt van een “vroegrijp meesterschap”, wat duidt op haar jonge leeftijd en een groot talent. Het laatste dat we van haar vernemen is een recensie over een uitvoering van vioolsonates van Bach, Lekeu en Franck in Parijs, die niet alleen in 'Le Ménestrel' van 1921 verscheen, maar ook in het Amerikaanse muziekblad 'Musical America', helemaal aan de andere kant van de oceaan! Dit zegt veel over de indruk die ze moet hebben nagelaten met haar vioolspel.
Op zoek naar een uniek werk voor op je vioolproef? Neem dan zeker een kijkje in onze prachtige collectie! Weet u meer over deze Jean Lautaret of Yvonne Clédina? Contacteer ons!
https://anet.be/record/lvdopac/c:lvd:15488562/N
_____________________________________________________________________________________________________________
Carla met pensioen
26/11/2024
We hebben nog maar Nicole moeten uitzwaaien, en nu vertrekt al opnieuw een steunpilaar. Sinds 11 jaar was Carla een vertrouwd gezicht in de leeszaal die ze zelfs een tijdlang op vrijdagavond en tijdens het weekend openhield. Voor haar laatste dagen op haar vertrouwde stek werd voor een aangepaste decoratie gezorgd. En Peter B., die gaat met haar mee.
Bedankt voor alles, Carla!
_____________________________________________________________________________________________________________
Collectie in de kijker
20/11/2024
Collega Helena vond op de uitleendienst een bijzondere partituur:
'In 1964 schreef de Griekse componist Jani Christou (Γιάννης Χρήστου) 'Tongues of fire', een Pinksteren-oratorium in opdracht van het English Bach Festival. Hij componeerde het oratorium in zijn derde periode (1959-1964), waarin het leven na de dood een rode draad vormde doorheen zijn werk. Hij werd hiervoor mogelijk geïnspireerd door de dood van zijn broer, Evangelios, die enkele jaren eerder stierf in een auto-ongeluk. Jani Christou studeerde in Engeland bij Ludwig Wittgenstein en Bertrand Russel tot hij in 1948 startte met privé-lessen bij Hans Redlich, musicoloog en leerling van Alban Berg. In 1970 verging hem hetzelfde lot als zijn broer, waardoor zijn carrière abrupt eindigde.'
https://anet.be/record/opacap/c:lvd:15509958/N
_____________________________________________________________________________________________________________
Nicole met pensioen
04/11/2024
Vorige week hebben we na 37 jaar trouwe dienst een icoon van onze bibliotheek uitgezwaaid.
Bedankt voor alles Nicole, we missen je nu al!
_____________________________________________________________________________________________________________
Collectie in de kijker
29/10/2024
"Dans tous les morceaux de l'opéra, où il y à des harpes, il faut 6 premières harpes et 6 secondes qui puissent dominer l'orchestre, et faire ressortir l'effet des cent harpes de Selma."
In aanwezigheid van de toemalige keizer Napoleon ging op 10 juli 1804 de opera 'Ossian, ou les bardes' in première van de Franse componist Jean-François Lesueur.
De opera raakte intussen in vergetelheid, maar de opvoering ervan was zonder twijfel spectaculair. De componist integreerde maar liefst 12 harpen in het werk.
https://anet.be/record/lvdopac/c:lvd:7033544/N
_____________________________________________________________________________________________________________
Collectie in de kijker
06/09/2024
Collega Karolien inventariseerde de schenking van Champ d'Action, goed voor 1146 titels in de catalogus.
Een lijst van alle werken kan je hier vinden.
_____________________________________________________________________________________________________________
Collectie in de kijker
08/07/2024
Collega Helena vond in een partituur met cadenzen voor Mozarts dubbelconcerto dit concertprogramma van de Société de Symphonie d'Anvers die werd gedirigeerd door Emil Giani (1845-1903), een lid van de Duitse kolonie in Antwerpen en actief in de maritieme handel:
'Het programma dat werd achtergelaten in deze partituur, Cadenzas to Mozart’s concerto van John Thomas, laat ons als het ware getuige zijn van de Antwerpse première van Mozart’s dubbelconcerto voor fluit en harp, die plaatsvond op 25 april 1887. Dit concert werd georganiseerd door de Société de Symphonie d’Anvers (1880-1897) met o.a. zangeres Fina Rummel en harpist Henri Wieland, die toen leraar harp was aan de Antwerpse Muziekschool. De fluitist wordt niet op het programma vermeld.'
https://anet.be/record/opacdkvc/c:lvd:6715659/N
_____________________________________________________________________________________________________________
25 jaar kwaliteitslabel voor collectiebeherende instellingen
26/06/2024
Dit jaar bestaat het kwaliteitslabel voor collectiebeherende instellingen 25 jaar. In 2010 behaalden we als eerste erfgoedbibliotheek in Vlaanderen die erkenning. We figureren dan ook
in dit interessante artikel.
_____________________________________________________________________________________________________________
Collectie in de kijker
26/06/2024
Collega Dries stootte op deze vioolmethode van de Duitse violist, componist en pedagoog Goby Eberhardt (Frankfurt, 29 maart 1852 – Lübeck, 13 september 1926) was een Duiste viollist, componist en leraar. Eberhardt illustreerde zijn methode met veel foto's.
Te vinden in onze collectie:
https://anet.be/record/opacdkvc/c:lvd:6746343/N
_____________________________________________________________________________________________________________
Collectie in de kijker
21/06/2024
Precies 90 jaar geleden namen de Rode Duivels deel aan het wereldkampioenschap voetbal in Rome (27 mei - 10 juni 1934). Voor die gelegenheid werd het supporterslied Ils vont à Rome / We gaan naar Rome uitgebracht. De tekst is een studie op zich waard. Waar de Nederlandse tekst zegt: 'Capelle neemt zijn "kogels" mee', zingt de Franse tekst merkwaardig genoeg: 'Ils vont à Rome / pour être en somme / pour épater Mussolini!'
Mussolini zou trouwens het wereldkampioenschap danig misbruiken ter zijner eer en glorie (zie o.a. https://thesefootballtimes.co/.../when-the-world-cup.../).
Na het WK moet de verkoop van macaroni in België gekelderd zijn, als we de laatste woorden van het lied mogen geloven:
''t Vijandelijk net dat trilt / dat gaat zoo keer op keer / Als België dat niet wint / Dan eet ik geen macaronie meer'.
België lag er al na één match uit na een 5-2 verlies tegen Duitsland... En natuurlijk won Italië, na een 2-1 tegen Tsjechië.
PS Jean Capelle (1913-1977) was een spits van Standard Luik die in 1931 op zijn 17de (!) in de nationale ploeg debuteerde.
https://anet.be/record/lvdopac/c:lvd:15453593/N
_____________________________________________________________________________________________________________
Collectie in de kijker
18/06/2024
Collega Dries trof deze gesigneerde partituur van het Vioolconcerto in D van de Deense componist August Enna (Nakskov, 13 mei 1859 - Kopenhagen, 3 augustus 1939) aan in onze historische collectie vioolmuziek.
Enna droeg deze partituur op aan Edward Keurvels die in 1898 en 1899 Enna's opera's 'Cleopatra' en 'Lamia' in de Antwerpse Opera uitvoerde.
Enna's vioolconcerto is trouwens een heerlijk werk, de moeite van het ontdekken waard: https://www.youtube.com/watch?v=ik8LQFO3O7A.
https://anet.be/record/opacdkvc/c:lvd:6717622/N
_____________________________________________________________________________________________________________
Inventariseren historische collectie
13/06/2024
Sinds begin dit jaar wordt de bibliotheek als ‘bovenlokaal ingedeelde erfgoedbibliotheek’ binnen het Cultureelerfgoeddecreet gesubsidieerd om de historische collecties te inventariseren.
Dankzij deze subsidies konden we daartoe extra medewerkers in dienst nemen. Collega’s Karolien Bosmans, Helena De Cauwer, Dries de Haas en Martijn Vincken nemen nu de erfgoedcollectie onder handen en maken die via de onlinecatalogus consulteerbaar. Het is ook de bedoeling om een aanzienlijk deel van de historische collectie te digitaliseren.
Ondertussen zijn de harp- en trompetcollecties klaar. Welke parels daar allemaal tussen steken, kan je nagaan via onze catalogus (anet.be/env/dekstopapcon) en deze lijsten (Harpmuziek en Trompetmuziek).
Wordt vervolgd!
_____________________________________________________________________________________________________________
Collectie in de kijker
05/06/2024
Collega Karolien heeft al enkele maanden de handen vol met het inventariseren van de omvangrijke partiturencollectie van ChampdAction die aan onze bibliotheek werd overgedragen. Nieuwe muziek bestaat in veel diverse vormen, formaten en kleuren. En ze krijgt al eens een postkaart:
'De Amerikaanse componist James Tenney (1934-2006) had vele vrienden, maar hield niet van brieven schrijven. Een oplossing hiervoor waren zijn Postal Pieces (1954-71), ook wel “scorecards” genoemd. Dit zijn elf miniatuurwerken voor instrumentalisten gedrukt op kleurrijke postkaarten en opgedragen aan vrienden en collega’s. Tenney was een centrale figuur in de Amerikaanse experimentele muziek. Zo was hij in de jaren ‘60 betrokken bij Fluxus en droeg hij onder meer bij aan computer music, tuning theory, spectrale en microtonale muziek. Postal Pieces weerspiegelt zijn grote interesse in klankperceptie. Drie thema’s keren in de elf stukken terug: repetitieve structuren met een meditatief karakter, intonatie en het idee van ‘zwellen’. De werken tonen het veelzijdige en soms ludieke karakter van Tenney’s oeuvre. Wie deze zomer een postkaartje wil versturen kan hieruit alvast wat inspiratie halen.'
https://anet.be/record/opacdkvc/c:lvd:15450955/N
_____________________________________________________________________________________________________________
Collectie in de kijker
30/05/2024
De bijzondere partituren en opmerkelijke figuren blijven maar opduiken in onze historische collectie. Wat dacht u van een Nederlandse Paganini? Collega Dries vertelt:
'Op 20 maart 1914 ging Maurits Bingers stomme film ‘De Stradivarius’ in première in het Amsterdamse Cinema Palace. Deze handelt over Boris, een vioolvirtuoos die zijn viool bijna verliest in een allesverwoestende brand. Zijn geliefde Elsa weet het peperdure instrument te redden, maar sterft aan haar verwondingen, waarop Boris tot slot een afscheidsserenade voor haar levenloze lichaam speelt. De hoofdrol in deze verloren gegane film werd vertolkt door de gelijknamige Boris Lensky, pseudoniem voor Jonas ‘John’ Chits (1883-1972), een Nederlands-Joodse violist uit Haarlem die overigens samen met zijn cinemaorkest de muziek bij deze vertoning verzorgde. Vooraleer hij besloot zijn leven aan de filmmuziek in lucratieve theaters te wijden, studeerde John Chits aan het conservatorium van Den Haag. Hier werd zijn talent al snel opgemerkt en na proefspel mocht hij plaatsnemen in de eerste vioolsectie van het Koninklijk Concertgebouworkest, dat toen nog onder leiding van de legendarische dirigent Willem Mengelberg stond. Die moedigde Chits persoonlijk aan zich verder te ontwikkelen bij Eugène Ysaÿe in Brussel, een kans die hij zonder al te veel twijfelen greep. Eenmaal teruggekeerd in Nederland (1906) ging hij niet meer naar het Concertgebouw, maar wel naar de cinema, waar hij zou uitgroeien tot een van Amsterdams meest geliefde violisten. Als hommage aan Louis Zimmermann (concertmeester KCO) en bij wijze van knipoog naar de traditionele opleiding die hij genoot, publiceerde de 25-jarige John Chits – toen al Boris Lensky genaamd – in 1908 maar liefst 30 (!) zeer virtuoze capriccio’s voor solo viool. Staan we hier oog in oog met de Nederlandse Paganini?'
https://anet.be/record/opacdkvc/c:lvd:6718860/N
_____________________________________________________________________________________________________________
Collectie in de kijker
21/05/2024
Op zijn inventarisatietocht doorheen de vioolcollectie kwam Dries deze aan Jan Blockx opgedragen partituur tegen:
'De Franse zang- en muziekpedagoog Alexandre Brody (? – 1914) stond in de Parijse en Brusselse conservatoria vooral bekend om zijn ‘meesterlijke’ solfègeklassen en diepe basstem, maar als componist moest hij zeker niet onderdoen! Zo won hij in 1893 de eerste prijs op het muziekconcours van de Académie de Paris-Provence. Enkele jaren later schonk hij deze prachtige ‘Méditation’ aan Jan Blockx, de toenmalige directeur van het Koninklijk Vlaams Conservatorium van Antwerpen, als een “respectvol eerbetoon" en met aangename herinneringen (Parijs, juni 1906).'
https://anet.be/record/opacdkvc/c:lvd:6718451/N
_____________________________________________________________________________________________________________
Collectie in de kijker
16/05/2024
Uit de vele tientallen bananendozen met de theaterbibliotheek van dramaturg Frans Redant (1945-2022) blijven curiosa komen, zoals dit onuitgegeven typoscript van 'Baby is aan de fles' van Jean-Pierre Van Rossem (1945-2018).
Als we JPVR mogen geloven schreef hij deze vier bedrijven in 1972 op 3 dagen en herwerkte hij de tekst in 1990 op twee dagen.
https://anet.be/record/lvdopac/c:lvd:15449399/N
_____________________________________________________________________________________________________________
Collectie in de kijker
14/05/2024
Voor wie de platgelopen (viool)paden even wil verlaten: collega Dries kwam tijdens het inventariseren deze boeiende partituur tegen en noteerde:
'Toen in de zomer van 1895 de Belgische Prix de Rome plaatsvond, communiceerde de pers dat er tussen bekende namen als Joseph Ryelandt, Martin Lunssens en Joseph Jongen ook een zekere Henriette Coclet (Luik, 15 januari 1866 - Luik, 6 maart 1945) op de deelnemerslijst stond. Zo werd Coclet de eerste vrouw die deelnam aan de prestigieuze compositiewedstrijd. Hoewel zij op de laatste plaats eindigde – door het niet op tijd kunnen voltooien van de instrumentatie van het plichtwerk –, was de kritiek zeer positief over haar werk en stelde men dat Coclet zeker niet mocht onderdoen voor de eerste en tweede prijswinnaars (respectievelijk Lunssens en Jongen). Het zou pas twaalf jaar later (1907) zijn dat de intussen getrouwde Henriette Van den Boorn-Coclet naamsbekendheid verwierf door het behalen van de eerste prijs op een Parijse competitiewedstrijd en hierdoor niet meer moest onderdoen voor de mannelijke concurrentie. Dit deed ze namelijk met haar vers gecomponeerde vioolsonate, die na de wedstrijd in druk verscheen bij Breitkopf & Härtel en – als we de muziektijdschriften mogen geloven – verkocht als zoete broodjes. Vandaag, een kleine 120 jaar na dato, trek ik deze partituur zowel letterlijk als figuurlijk van onder een dikke laag stof vandaan. Bij nader inzien lijkt zich een vergeten geschiedenis te ontplooien: die van een in de vergetelheid geraakte (vrouwelijke) componist, met een rijk oeuvre dat getuigt van een hoge kwaliteit. Nóg maar eens een (Belgische) naam die het verdient om (meer) te worden gespeeld!'
https://anet.be/record/opacdkvc/c:lvd:6757300/N
_____________________________________________________________________________________________________________
Collectie in de kijker
08/05/2024
Er is zoveel meer boeiende muziek dan wat er in de concertzalen en op cd's te horen is. Zo stootte collega Martijn in onze collectie kamermuziek voor blazers op een merkwaardige 'Rapsodie péruvienne pour un trio d'anches' uit het legaat van fagottist en componist Leo Van de Moortel.
Leo Van de Moortel (1919 – 1972) was een Belgisch fagottist en componist:
“Pas mal”, schreef een muzikant dunnetjes in potlood op het voorblad van de 'Rapsodie péruvienne' van Marguerite Béclard-d’Harcourt (1884-1964). Na studies bij D’Indy en Emmanuel leek deze Franse componiste een carrière in het Parijse muziekleven beschoren. Dit was echter buiten haar echtgenoot, de antropoloog Raoul d’Harcourt (1879-1970), gerekend. Hij nam haar mee naar de Andes, waar ze gezamenlijk veldwerk verrichtten en onder meer plaatselijke volksmuziek in kaart brachten – zoals blijkt uit hun boek La musique des Incas et ses survivances (1925). Meer dan van louter etnografische waarde hadden de resultaten van dit veldonderzoek ook een diepgaande invloed op Béclard-d’Harcourts muzikale taal, die bij momenten opvalt door haar modale karakter en onregelmatige ritmes (denk ook aan een vergelijkbare invloed bij Béla Bartók), en die blijkbaar wel gesmaakt werd door zowel uitvoerders als toehoorders.
https://anet.be/record/opacdkvc/c:lvd:6757300/N
_____________________________________________________________________________________________________________
Collectie in de kijker
29/04/2024
De naam op een partituur zorgt al eens voor verwarring, zoals collega Lien mocht ondervinden:
'Deze partituur van Auguste Solvay [jeune], deed ons de archieven in duiken. Bij het invoeren bleek namelijk dat er in onze catalogus werken zaten van twee Belgische componisten met de achternaam Solvay. De ene heette Auguste Solvay [jeune], de andere Theodore Auguste Solvay. Van Theodore Auguste waren de geboorte-en sterftedata gekend (1821-1908), van Auguste niet. Het naslagwerk van Thierry Levaux, ‘Dictionnaire des compositeurs de Belgique du Moyen Âge à nos jours’ vermeldt wel Theodore-Auguste, maar niet Auguste. De vraag rees of Auguste en Theodore-Auguste niet één en dezelfde persoon waren.
Een zoektocht in de kranten en tijdschrijften van die tijd gaf ons al snel een antwoord. Auguste [jeune] bleek de jongere broer van Theodore te zijn. Geboorteregisters uit het rijksarchief gaven nog extra informatie: Theodore heette niet Theodore Auguste maar Theodore Jean Baptiste. En Auguste heette eigenlijk Charles Auguste. Vermoedelijk noemde men hem Auguste omdat de vader van de gebroeders Solvay ook Charles heette. Beide broers werden geboren in Rebecq-Rognon. Theodore op 11 september 1821, Auguste op 11 juni 1831.
Theodore volgde piano aan het Conservatorium van Brussel bij Michelot en kreeg lessen van Chopin in Parijs. Na zijn studies gaf hij zelf pianoles. Onder andere aan de hertog van Brabant, later koning Leopold II, maar ook aan zijn eigen broer. Auguste trad meermaals in de voetsporen van zijn broer: na zijn studies aan het Conservatorum van Brussel, ging ook hij les geven maar dan in Brugelette en Charleroi. En ook componeren zat in hun bloed. Deze ‘Chant d’adieu’ werd op 31 januari 1861 in ‘Le journal de Bruxelles’ als volgt aangekondigd:
“M. Auguste Solvay jeune, dont le talent comme compositeur, pianiste et professeur est digne des plus grands éloges, vient de faire paraître chez M. Katto, éditeur, une rêverie pour piano, intitulée: ‘Chant d’adieu’. Cette nouvelle oeuvre fait honneur au jeune artiste, qui déjà est auteur de plusieurs belles et brillantes compositions, en vente chez MM. Schott et Katto et dont le succès est des plus mérités.
Tien jaar later brachten de kranten echter droevig nieuws. Op 23 februari 1871 overleed Auguste Solvay op 39-jarige leeftijd na een korte ziekte.'
De gedigitaliseerde partituur vindt u hier:
https://anet.be/digital/opacdkvc/artkc/dg:apkc:6187/N
_____________________________________________________________________________________________________________
Collectie in de kijker
25/04/2024
Vandaag precies 116 jaar geleden:
Collega Dries, volop bezig met het inventariseren van de historische vioolcollectie, vond deze partituur van Alberto Bachmann met een opdracht aan Jan Blockx en schreef hierover het volgende:
“Aan de illustere meester Jan Blockx. Een klein teken van bewondering.” Dat schreef een zekere Alberto Bachmann op 25 april (!) 1908 op de vers gedrukte partituur van zijn Tweede Vioolconcerto, die hij aan de toenmalige directeur van het Antwerpse Conservatorium schonk. Wat deze compleet vergeten vioolvirtuoos, -componist, -pedagoog én musicoloog van Zwitserse komaf precies voor een verstandhouding met Blockx had, is tot op heden onduidelijk. Maar dat hij destijds als ‘een der groten vioolvirtuozen’ werd beschouwd, valt duidelijk op te maken uit verschillende recensies die bijeen werden geschreven tijdens zijn tournées doorheen Europa (ca. 1896 – 1913). Telkens weer getuigen zij over zijn Premier Prix aan het conservatorium van Rijsel – die hij op tienjarige leeftijd (!) binnensleepte –, zijn studies bij Eugène Ysaÿe te Brussel en het daaruit voortgekomen meesterschap. Mede hierdoor behoorde Bachmann al snel tot het lijstje ‘favoriete violisten’ van de Franse muziekcriticus Maurice Clerjot, waartoe ook bekendere namen zoals Ysaÿe, Magdeleine Godard, Pablo de Sarasate en Jacques Thibaut behoorden. Deze populariteit had vast te maken met Bachmanns verfijnde techniek en lyrische interpretatie, maar zouden zijn charmante snor en dandyeske voorkomen hier ook niet voor iets tussen zitten? Hoe het ook zij, deze Bachmann liet naast een grote indruk een imposant oeuvre voor de viool na, waaronder drie concerto’s, een sonate, diverse salonstukken, études, een concertfantasie gebaseerd op Puccini’s opera Madama Butterfly en meerdere theoretische werken over de viool, haar geschiedenis en de praktijk.
https://anet.be/record/opacdkvc/c:lvd:15426967/N
_____________________________________________________________________________________________________________
Collectie in de kijker
22/04/2024
Zoek de verschillen:
krek dezelfde partituur, beide uitgegeven rond 1890, maar de ene door Mahillon in Brussel en de andere door Hardy in Montréal.
De in België actieve componist J. Frisque droeg het werk op aan Fred. C. Henshaw, bevelvoerder van het 3rd Regiment Victoria Rifles of Canada. 'Les volontaires' verwijst naar de 'Smallpox riots' in 1885 in Montréal, toen het regiment ter assistentie van de civiele bescherming tussen kwam bij zware rellen met (vooral) Franstalige antivaxers die protesteerden tegen de vaccinatiemaatregelen van het (overwegend) Engelstalig bestuur. Bij die rellen viel in het regiment één dode, die in 1890 gehonoreerd werd met een monument. Rond die tijd moet Frisque deze wals gecomponeerd hebben. De pokkenepidemie kostte toen in Montréal meer dan 3.000 doden.
Luitenant-kolonel Fred C. Henshaw leidde het regiment van 1887 tot 1892.
Tijdens WO I vocht dit regiment ook in Ieper en Passendale.
De Mahilloneditie steekt in onze collectie, de Canadese uitgave wordt bewaard in de Library and Archives Canada.
https://anet.be/record/opacdkvc/c:lvd:15427023/N
_____________________________________________________________________________________________________________
Collectie in de kijker
18/04/2024
We zijn momenteel druk bezig met het inventariseren van de zeer omvangrijke theaterbibliotheek van dramaturg Frans Redant (1945-2022). Naast een schat aan toneelteksten en werken over theatergeschiedenis, acteren, regie en dies meer, bevat zijn bibliotheek ook allerlei kleinoden en curiosa. Zoals dit exemplaar van Herman Teirlincks theaterwerk 'Ik dien' (Antwerpen, 1924) dat in 1927 gebruikt werd voor de opvoeringen in de KNS in Gent. De tekst staat bol van allerlei scenische aanduidingen, zoals het begin en einde van muziekfragmenten.
We hebben dit bijzondere exemplaar ingescand:
https://anet.be/record/opacdkvc/c:lvd:38717/N
_____________________________________________________________________________________________________________
Collectie in de kijker
11/04/2024
We hebben de '24 Etudes techniques' voor bugel of cornet van Toussaint Sauveur gedigitaliseerd en bij die gelegenheid schreef collega Martijn het volgende over de taalproblematiek bij een leraar trompet:
'Het is detectivewerk om enkele details over het leven van de Luikenaar Toussaint Céléstin Sauveur op het spoor te komen. Geboren op 13 december 1840, behaalde hij in 1858 een eerste prijs cornet bij Pierre-François Everaerts, waarna er engagementen volgden met theaterorkesten in Luik, Spa, Oostende en Rotterdam. In 1871 werd hij benoemd tot docent trompet aan het Conservatorium van Gent, wat in de context van de Vlaamse ontvoogdingsstrijd kwaad bloed zette. Zelfs een kwarteeuw later nog vormde onder meer zijn aanstelling de aanleiding voor een pagina’s lange tirade met de veelzeggende titel “De Verwaalsching van het Gentsch Conservatorium” in het nog meer zeggende tijdschrift Germania. Een greep uit de retoriek: “Want van 1835 – de stichting der school – tot 1872 waren de leeraars gewoonlijk Gentenaars, Vlamingen. Doch met de onzalige benoeming – onzalig voor de Vlamingen – van den Waal Samuel, ontstond er een omkeer en sedert zag men de volgende Walen – verstaat: Vlaamschonkundigen Walen – tot leraars benoemd worden: Sauveur, voor trompet, bugel […] Deze laatste kwam, onder voorwaarde dat hij Vlaamsch aanleeren zou en heeft […] tot nu toe nog geen blijken gegeven dat hij een woord van onze taal kent! Hoe vindt ge’t, lezer?” Desalniettemin leidde Sauveur met eigen didactische werken een hele generatie Gentse trompettisten op.'
https://anet.be/record/opacdkvc/c:lvd:6739483/N
_____________________________________________________________________________________________________________
Collectie in de kijker
04/04/2024
Sommige partituren en partijen van de vaudevilles die ooit aan de stad Antwerpen toebehoorden, werden gekopieerd door het 'agence musicale' van P. Roubière in Brussel. Roubière produceerde niet alleen (handgeschreven) partituren, hij regisseerde zelf ook vaudevilles in Brusselse theaters.
Hier 'Midi à quatorze heures' van Théodore Barrière, een 'comédie-vaudeville en 1 acte' die op 9 april 1851 in het Gymnase-Dramatique in Parijs in première ging.
PS 'Midi à quatorze heures' is een staande uitdrukking voor wie iets gecompliceerds weet te maken van iets simpels. Deze vaudeville is nog altijd zeer actueel dus...
https://anet.be/record/lvdopac/c:lvd:15423910/N
_____________________________________________________________________________________________________________
Collectie in de kijker
06/03/2024
Collega Martijn beschreef en digitaliseerde deze zeldzame partituur en schreef er volgende bedenking bij:
Generaties lang stonden de prinsen van Chimay erom bekend genereuze mecenassen te zijn, zo ook prins Joseph de Riquet de Caraman-Chimay (1836-1892). In het barokke theaterzaaltje van zijn kasteel ontving hij grootheden als Frans Liszt, Charles Gounod en Aleksandr Borodin. Joseph Forestier (1815-1882) en Félicien David (1810-1876) droegen hun gezamenlijke Fantaisie pour cornet et piano aan hem op. Het werk maakt deel uit van een lange, Franse traditie van bewerkingen van groot opera- en concertrepertoire voor het salon. In dit geval vertrokken Forestier en David van thema’s uit het lied Gastibelza en de opera Lambert Simnel, beide van Hyppolite Monpou (1804-1841), een gevierd componist van opéras comiques. Virtuositeit, maar bovenal frivoliteit, domineert in de Fantaisie. Interessanter nog is hoe in dit schijnbaar alledaagse werkje gebruiken van patronage, salonmuziek en Franse opera samenkomen.
https://anet.be/record/opacdkvc/c:lvd:6764432/N
_____________________________________________________________________________________________________________
Studienamiddag 'Tragische tango. Het Antwerpse muziekleven en de opkomst van de mechanische muziek.'
15/11/2023
In het prachtige Museum Vleeshuis in woord en muziek horen hoe de opkomst van de mechanische muziek en van de geluidsfilm het muziekleven in Antwerpen beïnvloedde en wat de sociale gevolgen voor de muzikanten waren. Kers op de taart is het recital van Gottlieb Wallisch, laureaat van de Koningin Elisabethwedstrijd 1999, met door dans en jazz beïnvloede pianomuziek uit het interbellum. Naast werk van o.a. Kurt Weill en Alexandre Tansman brengt Wallisch ook werk van August L. Baeyens en Emmanuel Durlet. Daarnaast brengen Isabelle Storms en Hannah Aelvoet Van Ostaijen-liederen van August L. Baeyens en Karel Albert. Een unieke kans om deze muziek te horen! Je kan je inschrijven op de website van Museum Vleeshuis.
_____________________________________________________________________________________________________________
5000ste brief in onze archiefmodule
02/10/2023
Feestelijk moment: vandaag voerde Jef, onze even deskundige als naarstige vrijwilliger, de vijfduizendste (5.000ste!) brief in onze archiefmodule in. Een mooie brief overigens, gedateerd op 9 december 1976, tussen twee culturele grootheden: Ger Schmook (1898 - 1985), een promotor van het bibliotheekwezen en de literatuurarchieven in Vlaanderen die in zijn onnavolgbare stijl ook al eens over Benoit publiceerde, richt zich hier tot componist en dirigent Frits Celis (1929). Het is slechts een van de vele interessante documenten in ons uitdijende archief.
_____________________________________________________________________________________________________________
125 jaar Koninklijk Vlaamsch Conservatorium
15/06/2023
Vandaag is het precies 125 jaar geleden dat Leopold II het koninklijk besluit ondertekende waarmee Peter Benoits muziekschool verheven werd tot Koninklijk Vlaamsch Conservatorium, 'om er aan de jonge lieden van beider kunne, door leeraars bevoegd in de Nederlandsche taal en de Nederlandsche vaktaal, een grondige en volledige opleiding in de muziek-en tooneelkunst te geven, opleiding gesteund op de Vlaamsch vaderlandsche grondbeginselen in de kunst...'
_____________________________________________________________________________________________________________
'Spelen van sinne' (Antwerpen, 1562) is opgenomen in STCV
20/12/2022
Ons exemplaar van 'Spelen van sinne' (Antwerpen, 1562) is opgenomen in STCV (de Bibliografie van het handgedrukte boek). Bij het maken van een gedetailleerde beschrijving werd een merkwaardig drukfeilen opgemerkt. https://anet.be/record/opacdkvc/c:lvd:1040397/N
To err is human … also when you’re an early modern printer. This book contains all the poems performed by the members of Antwerp's chamber of rhetoric at the ‘Haagspelen’ of 24 August 1561 in the city at the Scheldt estuary. At this event, the performers tried to impress the audience with ‘plays of the senses’, showing allegorical expressions of religious or moral teaching. The ‘Haagspelen' were a sixteenth-century phenomenon, staged mainly in the Duchy of Brabant by local ‘rederijkerskamers’ or chambers of rhetoric. They served as unofficial poetry competitions in which participants from outside the official chambers could take part as well. The Antwerp printing house of Willem Silvius (†1580) clearly thought through the lay-out of the poems. The text is neatly divided into clearly defined blocks and the typesetters made full use of the beautiful civilité font. However, something went wrong at the top of a page, as a bit of the text remained unprinted and a snippet of text is awkwardly hovering above. What happened here? Copy Koninklijk Conservatorium Antwerpen: S-TV-REDER-spelen-1 STCV record: http://bit.ly/3tHkqC5 (c) STCV. Bibliography of the Hand Press Book
_____________________________________________________________________________________________________________
OKV schrijft over het Topstukkenproject binnen GIVE (Gecoördineerd Initiatief voor Vlaamse Erfgoeddigitalisering)
12/12/2022
Zoals OKV aangeeft in de inleiding van het artikel: "Van een aantal van de ruim negenhonderd beschermde topstukken van de Vlaamse Gemeenschap bestaat nog geen hoogwaardige digitale reproductie. Het GIVE-Topstukkenproject, dat loopt tot einde 2023, maakt daar werk van. Dit project kadert binnen het relanceplan Vlaamse Veerkracht van de Vlaamse overheid en wordt gerealiseerd met de steun van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling. Een delicate opdracht is de digitalisering van de bijzonder kwetsbare topstukken op papier of perkament."
Onze drie topstukken zijn ook van de partij: het Beiaardboek van De Gruytters, het Troisième livre de clavecin van Josse Boutmy en de Dodekachordon van Henricus Glareanus.
Het volledige artikel kan je hier lezen.
_____________________________________________________________________________________________________________
Studienamiddag ‘Pionierende vrouwen. Vrouwelijke componisten in Vlaanderen’
15/11/2022
Deze studienamiddag gaat door op woensdag 23 november vanaf 13u30 in Museum Vleeshuis. Op deze studienamiddag belichten we in woord en klank de positie van componerende vrouwen in Vlaanderen. Na een inleiding door conservator Timothy De Paepe, geeft Jan Dewilde een met muziekvoorbeelden geïllustreerde lezing over componerende vrouwen tussen intimiteit en publieke ruimte. De Italiaanse fluitiste Nicla Vece brengt samen met pianiste Hannah Aelvoet werk van Vlaamse componistes, waarna zangeres Pauline Lebbe en pianist Bert Koch de voorstelling Het lied van de haard brengen, een 'storytelling recital' over drie Vlaamse componistes. Na afloop kan er bij een drankje en een hapje worden nagepraat.
Het evenement is gratis, maar gelieve te reserveren via svm@ap.be of 03/244 18 21 of het inschrijvingsformulier op de website van het SVM.
_____________________________________________________________________________________________________________
STCV registreert oude drukken van Koninklijk Conservatorium Antwerpen
20/10/2022
Dankzij de goede zorgen van medewerkers van de Vlaamse Erfgoedbibliotheken werd een vijftigtal oude drukken geregistreerd in de STCV-databank. Het gaat om werken gedrukt in een Vlaamse stad voor 1801. De lijst en de beschrijvingen vindt u hier: https://anet.be/desktop/stcv
Lees het volledige artikel op de website van de Vlaamse Erfgoed Bibliotheken.
_____________________________________________________________________________________________________________
Lezing Open Huizen
06/10/2022
Nu zaterdag, 8 oktober 2022, vertellen we het tragische verhaal van pianiste en componiste Annie Rutzky (1920-1943) die wegens de ‘verordening op Joodsche leerlingen’ samen met enkele andere Joodse medestudenten op 14 maart 1942 verplicht van het Conservatorium school werd gestuurd. In augustus 1943 werd ze tijdens een razzia opgepakt en op 29 september 1943 naar Auschwitz gedeporteerd waar ze omkwam. Haar verhaal, en dat van andere Joodse studenten en docenten, wordt verteld door Jan Dewilde. Pianist Simon De Paepe en cellist Shuya Tanaka brengen enkele stukken van hen tot klinken. Ook op het slotevenement van Open Huizen zullen De Paepe en Tanaka deze muziek brengen. Op dit evenement nemen ook de Antwerpse burgemeester en stadsarchivaris het woord (9 oktober – 17 u. , Felix Pakhuis). Deelnemen is gratis, maar inschrijven is sterk aangeraden door de beperkte capaciteit. Zo ben je zeker van een plaats.
_____________________________________________________________________________________________________________